Kaasmakers in Malawi

Ja, dat lees je goed! Ook in Malawi wordt kaas gemaakt. Momenteel zijn zeven mannen en acht vrouwen werkzaam in een  kaasmakerij. De eerste en enige in heel Malawi! Ze werken hard en doen hun ontzettende best om goede kaas te maken.
’s Morgens vroeg komen de boeren aanfietsen met een melkbus achterop de fiets. De naam van de kaasmakerij is niet voor niets ‘Bicyle cheese’. 
De boeren die de melk leveren ontvangen hiervoor een goede prijs. Zoiets als een steen in de vijver die steeds grotere kringen maakt. 

Kaasmakers in Malawi bij de koeKaaslandje

De start van dit project is goed en veelbelovend. De uitdaging is nu om de kwaliteit van de kaas constant en goed te houden en de productie te verhogen. En waar kan beter een kenner gevonden worden dan in ons eigen kaaslandje? Hoe mooi is het om kennis en ervaring te delen, zodat meer mensen zelfstandig aan het werk kunnen en kwaliteit gewaarborgd blijft?

Het goede nieuws is dat er al iemand gevonden is die deze mooie taak op zich wil nemen. Iemand die de bevolking in hun eigen woonplaats wil trainen om goed bezig te blijven en de de mogelijkheden die er zijn, verder uit te bouwen.

Kaassie?

En dan nu de eveneens Nederlandse vraag: wat gaat dat kosten? Er is ongeveer €5000,- nodig. Dat geld wordt gebruikt voor een consult, adviesrapport, de training van werknemers en een melktester (in dit bedrag zijn de reis en een subsidieaanvraag inbegrepen).

Vijfduizend euro is best een bedrag! Maar als je bedenkt dat 15 gezinnen hiervan kunnen leven en de winst afvloeit naar een trainingsschool om meer boeren op te leiden, valt het reuze mee.

We durven hier in vrijmoedigheid om te vragen, overtuigd als we zijn van de noodzaak van deze training. Wat zou het mooi zijn om een ondernemer te vinden die dit hele bedrag zou willen en kunnen geven…..

Geïnteresseerd? Meer informatie?

Via info@charityhands.org krijg je alle informatie!

Elke bijdrage is van harte welkom!

 

Kaas Malawi

De eerste “Rabobank” in Malawi

Eerste “Rabobank” in Malawi

Met hulp van de Nederlandse stichting Charity Hands hebben markthandelaren in het armste land van de wereld, Malawi, een succesvol project afgerond. De lening, welke aan hen werd verstrekt, is na de afgesproken periode van 4 maanden volledig terugbetaald, inclusief 4 % rente. De voorzitter van de plaatselijke Kamer van Koophandel noemde het resultaat fantastisch en een voorbeeld welke navolging verdient in heel Malawi. “Wij willen graag met jullie samenwerken om te kijken of we dit systeem verder kunnen uitbreiden,” aldus voorzitter Allen Chitete van de KvK.

De groep werd gevormd na een drietal bijeenkomsten die vorig jaar hebben plaatsgevonden tijdens het onderzoek dat Charity Hands deed naar de wijze waarop de mensen economisch het best zouden kunnen worden geholpen. Naast de samenwerkende kerken in Rumphi – onder de naam Church Participation Rumphi (CPR) – werd ook contact gelegd met de handelaren van de grote markt. Deze groep van 60 marktkoopmannen en – vrouwen hebben hun eigen groep opgericht. Daarmee werd het aan hen gegeven advies opgevolgd. Het resultaat was dat zij MK 150.000 (ongeveer € 180) hebben gespaard sinds september vorig jaar. Dit gespaarde kapitaal werd door Charity Hands verhoogd met een lening van € 500 aan de groep. Vervolgens is de groep gevraagd een reglement op te stellen en als groep microkredieten te verstrekken aan de 60 individuele leden.

De individuele leden kunnen vanaf maart bij de groep geld lenen tegen een rente van 10 % per maand (normaal in Malawi tussen de 17 en 37 % voor handelaren, áls ze tenminste al een leenmogelijkheid krijgen). De verstrekte lening diende na 4 maanden te worden terugbetaald inclusief 4 % rente. Iedere maand werd op professionele wijze verslag gedaan van de ontwikkelingen, gedocumenteerd met bankafschriften. Op 1 juli (4 maanden na de verstrekte lening) is de tegenwaarde van € 520 (4 % rente in 4 maanden) in Malawiaanse Kwatcha terugbetaald aan Charity Hands.

Helaas heeft de groep tijdens de rit 5 leden moeten uitschrijven wegens overtreding van de regels. Eén van hen is overleden. De groep telt derhalve nog 54 leden. Het uitschrijven van leden is op zichzelf natuurlijk niet fijn, maar daarmee toont de groep dat zij haar reglement serieus neemt. Deze groep verdient het om geholpen te worden. Zij zijn in staat geweest het eigen kapitaal in 4 maanden tijd ruim te verdubbelen! Als er voldoende geld beschikbaar komt kunnen naast deze groep ook nieuwe groepen worden opgericht en getraind. Naast het betere individuele handelsresultaat profiteert een groepslid ook omdat hij lid is van die groep. Een dubbelslag dus!

We stonden 6 juni 2016 op de voorpagina van de krant The Nation:

Hongersnood in Malawi

De VN meldde onlangs dat Afrika te kampen heeft met hongersnood. Het zwaarst getroffen land zou Malawi zijn. The Nation, een van de landelijke dagbladen in Malawi, houdt het op 2,8 miljoen Malawianen die met dit hongerprobleem te maken zouden hebben.

Hongersnood

Bij hongersnood krijg je al gauw het beeld van een tekort aan voedsel dat beschikbaar is om de bevolking te voeden. Toch lijkt dat het probleem niet te zijn. Als je door Malawi rijdt passeer je langs de weg heel veel mensen die eten te koop aanbieden. Ook de markten lijken ruim voldoende aanbod te hebben. Het aanbod lijkt nog steeds veel groter dan de vraag. Het is geen dringen geblazen voor de ‘verkoopkraampjes.” Maar waar gaat het dan wél over? Er is een gebrek aan “nsima!”

Landbouw

Malawi (met een landoppervlakte van ongeveer 2 x Nederland met ongeveer evenveel inwoners als Nederland) kent slechts 4 steden. De overgrote meerderheid van de bevolking leeft op het platteland en is landbouwer met een eigen stuk grond. Daarop verbouwt men veelal voedselproducten: aardappels, groenten en soms wat fruit. Men doet dat voor eigen gebruik en/of voor de verkoop, zodat men van de opbrengst andere producten kan kopen. Echter, de hoofdmoot bestaat uit het verbouwen van mais. De maiskorrel wordt veelal ontdaan van haar jasje en de witte inhoud van de korrel wordt gemalen, waardoor maismeel ontstaat. Door het meel aan te lengen met water ontstaat een stevige klomp voedsel dat op stopverf lijkt en dat “nsima” wordt genoemd. Dit voedsel is te vergelijken met wat voor ons ons dagelijks brood is. Met dit verschil, dat als men een dag geen nsima heeft gegeten, men naar eigen zeggen (nog) niet gegeten heeft, ondanks de wellicht beschikbare aardappels of rijst. De nsima is een echte maagvuller!

Afhankelijkheid

Voor de oogst in men in grote mate afhankelijk van de weersomstandigheden. Slechts een kwart van de beschikbare landbouwgrond wordt geïrrigeerd (voorzien van water dat op het land wordt (aan)gebracht). Dat betekent dat men in grote mate afhankelijk is van het regenseizoen. Deze begint veelal in december en kan voortduren tot ongeveer mei. Echter, mede door de opwarming van de aarde worden deze regenperiodes steeds korter. In het seizoen 2014-2015 is de regen ongeveer half december begonnen en is het half februari gestopt. In het zuiden van het land zijn hevige overstromingen geweest en in het noorden was er een tekort aan regen. Gevolg: De oogst viel heel erg tegen en veel voedsel is verloren gegaan. Momenteel regent het voldoende in het noorden van het land, maar in het centrum en het zuiden is het kurkdroog.

Het gevolg van de droogte is dat er in april – juni nog voldoende wordt geoogst en verkocht, maar naar mate de tijd tot de volgende oogst verstrijkt de tekorten toenemen. Schaarste leidt tot prijsstijgingen. Boer Gondwe, wiens oogst grotendeels is mislukt, heeft dit jaar weinig eigen voedsel en kan derhalve ook niets verkopen, laat staan dat hij een prijs voor de nsiama zou kunnen betalen die 3 – 4 keer hoger is dan normaal. Zelfs al zou hij overstappen op aardappels of rijst, dan is ook dat voor hem onbetaalbaar. Boer Gondwe en zijn gezin behoort tot de groep van de 2,8 miljoen mensen die honger hebben, ondanks het feit dat de markt nog voldoende (alternatieven) te bieden heeft.

Admarc

Boer Gondwe is afhankelijk van hulp van familie en dorpsgenoten en/of van de overheid of andere hulporganisaties. De overheid stelt arme mensen in staat mais te kopen bij de overheidsorganisatie Admarc. Daar kan men tegen een “normale prijs” maximaal 20 kilo mais per keer kopen (voldoende om 1 persoon 2 weken mee te voeden), mits……. Admarc voldoende voorraad heeft. Hiermee is boer Gondwe beland in een door de politiek bepaalde omgeving. De regering stelt dat er voldoende voorraad is, maar de praktijk is dat de rij wachtenden steeds langer wordt.

Oplossing

Hoe kunnen deze problemen worden opgelost? Door voor de korte termijn voor voldoende bevoorrading te zorgen, waarvoor de overheid primaire verantwoordelijkheid draagt. Maar de uiteindelijke oplossing voor deze hongersnood lijkt een langere termijn-oplossing te zijn, waarbij de driekwart van de beschikbare landbouwgrond dat geen irrigatiesysteem kent alsnog hiervan wordt voorzien. Er is voldoende water, er is voldoende landbouwgrond en er zijn voldoende arbeiders. Ook is het verkrijgen van zaden geen probleem, maar de grond is arm en al teveel voorzien van kunstmest (dat overigens ook wordt gesubsidieerd!) dat op de lange(re) termijn schadelijk is voor de grond.

Kortom: zorg ervoor dat:

  1. het water op het land komt. Hiervoor zijn pompen nodig.
  2. er voldoende organische mest beschikbaar komt (ook at is te regelen)
  3. er voldoende afwisseling is van de te verbouwen gewassen.
  4. de ontbossing stopt en dat er (fruit- of andere gezonde) bomen worden geplant.

In dat geval kan men in Malawi zeker 3 keer per jaar oogsten van hetzelfde land waar nu slecht eenmaal kan worden geoogst als de weersomstandigheden het hebben toegelaten.

 

 

Speelgoed in Malawi

In Malawi maken kinderen hun eigen speelgoed. Dit is typisch iets wat je ook in andere landen van Afrika tegenkomt zoals in Kameroen en Kenia. Kinderen kunnen ook bijvoorbeeld van een Coca Cola blikje een speelgoedauto maken en er maanden mee spelen. Het lijkt soms wel hoe minder mensen hebben hoe gelukkiger men is. Je ziet dat mensen veel meer waarde hechten aan hun familie en hun geloof. Om dit echt mee te maken moet je eigenlijk een tijdje in Afrika rondtrekken. Malawi is een land bij uitstek om Afrika te leren kennen, het is er relatief veilig en je kunt er goed met het openbaar vervoer reizen.